0

Hieronder vind je alle informatie die je nodig hebt over het onderwerp: Wat betekenen de verschillende productiegetallen?

 

Aantal gespeende biggen per zeug in productie per jaar

De berekening hiervoor is de volgende:

= (Totaal aantal gespeende biggen in de periode) / (aantal zeugen in productie x duur rekenperiode) x 365,25

Bijkomende info:

  • Een zeug is ‘in productie’ vanaf de eerste dekdatum tot aan de ingevoerde afvoerdatum.
  • Een niet-gedekte gelt telt dus niet mee als zeug in productie.
  • Gemiddeld aantal zeugen in productie
    = som van de productiedagen van zeugen / duur van de berekeningsperiode
    • Met startdatum van de productie = 1e dekdatum indien binnen de periode anders de startdatum van de periode
    • Met einddatum = afvoerdatum anders de einddatum van de periode +1 dag

Aantal gespeende biggen per aanwezige zeug per jaar

De berekening hiervoor is de volgende:

= (Totaal aantal gespeende biggen in de periode) / (aantal aanwezige zeugen x duur rekenperiode) x 365,25

Bijkomende info:

  • Een zeug wordt geteld als een ‘Aanwezige zeug’ vanaf de aankomstdatum tot aan de afvoerdatum.
  • Een niet-gedekte gelt telt dus mee als een ‘Aanwezige zeug’.
  • Afgevoerde zeugen zijn niet meer aanwezig in het aantal aanwezige zeugen
  • Gemiddeld aantal aanwezige zeugen
    = Totaal aantal dagen dat de zeugen aanwezig zijn / Duur van de berekeningsperiode
    • Met als startdatum = aankomstdatum indien deze binnen de periode valt anders de startdatum van de periode indien reeds aanwezig
    • Met als einddatum = afvoerdatum anders einddatum van de periode +1 dag

Aantal gespeende biggen per productieve zeug per jaar

De berekening hiervoor is de volgende:

= (Aantal gespeende biggen per worp in de periode) / (Interval tussen werpen) x 365,25

Bijkomende info:

  • Er is niet zoiets als een ‘Productieve zeug’, We berekenen niet het gemiddeld aantal productieve zeugen,
    maar we gebruiken het als deler voor het aantal gespeende / productieve zeug / jaar.

VOORBEELD bij de productiegetallen

Casus:

  • Periode van 1/04 tot 31/07/2023
  • Op 1/04 zijn er 200 zeugen op het bedrijf.
  • Op 01/05 worden er 10 verkocht na het spenen en 10 zonder dekking.
  • Van deze 200 zeugen aanwezig op 01/04 zijn er 40 gelten waaronder:
    • 10 zijn in quarantaine zonder te dekken,
    • 10 in de kraamstal tijdens regumate,
    • 10 in de kraamstal, zwanger gedurende 2 maanden,
    • 5 in de speenkamer gedurende 10 dagen en
    • 5 gespeend, maar nog niet opnieuw gedekt.

Wat is het aantal “aanwezige zeugen” en het aantal “zeugen in productie” in deze periode?

Dus als we de periode van 01-04-2020 tot 31-07-2020 nemen, is hier de berekening als volgt:

  • Aantal aanwezige zeugen:
    we hebben 200 zeugen aanwezig van 01/04 tot 01/05
    en daarna 190 tot 31/07 omdat 10 afgevoerd zijn
    = 200 x 30 dagen + 190 d x 92 dagen = 23.480 dagen aanwezigheid / duur van de periode + 1 (122 dagen)
    = 192,5 zeugen aanwezig tijdens de periode
     
  • Aantal zeugen in productie:

    Een gelt in Pig'UP is een zeug die nooit gedekt is geweest.Dus we pakken fictieve data: waarbij we op 1 april 40 gelten hebben.
    Deze 40 gelten worden op 20 april gedekt (= 1e dekking (fictieve dekdatum)) dan is de berekening als volgt:

    = 160 x 19 dagen (van 01/04 tot 20/04 hebben we 200 zeugen -40 gelten die nog niet gedekt zijn)
    + 200 x 11 dagen (van 20/04 tot 01/05 hebben we 200 zeugen met minimaal 1 1e onderhoudsbeurt)
    + 190 x 92 dagen (van 01/05 tot 31/07 hebben we 190 zeugen omdat 10 zeugen geruimd zijn op 01/05)
    = 22.720 productiedagen / lengte van de periode (122 dagen) = 186,2 zeugen in productie

💡TIP: Het aantal zeugen in productie is altijd kleiner dan of gelijk aan het aantal aanwezige zeugen.

Wist je dat ?

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met uw Pig'Up Helpdesk:

  • per e-mail klantendienst@isagri.com
  • per telefoon: +32 472 45 23 95